Tokio in Japan is een van de grootste metropolen ter wereld, waar naar schatting ruim 40 miljoen mensen leven. Toch oogt de stad overzichtelijk en georganiseerd, zelfs tijdens de avondspits merk ik weinig van verkeersdrukte en -herrie. Voetgangers wachten allemaal keurig voor het rode licht, mensen zijn beleefd en er ligt nergens zwerfafval op straat. De eerste indruk van Japan is bijzonder positief.
In de eerste helft van de ochtend arriveer ik in Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië. Het openbaar vervoer richting stad is goed georganiseerd, dus ik ben snel bij mijn accommodatie, sterker nog, ik ben te vroeg om mijn kamer in te mogen. Wat doe je in zo’n geval? Dan laat je je spullen ergens achter en ga je de stad in.
De nieuwe luchthaven van Istanbul is groot, niet alleen wat betreft passagiersaantallen, maar ook als het gaat om oppervlakte. Dat is te merken, want na de landing rijdt het toestel nog bijna 25 minuten voor het stilhoudt bij de gate. Om vervolgens langs de douane te komen, mijn bagage op te halen en de aankomsthal te verlaten, ben ik ruim een half uur onderweg, de wachttijd bij de paspoortcontrole en de lopende band met koffers niet meegeteld. En er bestaan uitbreidingsplannen voor de luchthaven.
Hoe ze het precies klaarspelen weet ik niet, maar Omaanse mannen dragen 24/7 hagelwitte en strak gestreken gewaden, die er zo piekfijn uitzien dat ze niet zouden misstaan in een wasmiddelreclame. Omo. Oman. Een ervaren marketeer moet hier iets van kunnen maken, zou je zeggen.
Udaipur heeft de reputatie de meest romantische plek van India te zijn. De stad ligt aan een meer, waarin de gebouwen aan de overzijde en het witte paleis op het eiland weerspiegelen. Vanaf de waterkant ziet het meer er bij zonsopkomst en ‑ondergang prachtig uit. Het oude centrum bestaat uit een netwerk van smalle straatjes, waarin je winkels, markten, werkplaatsen, restaurants en koeien en geiten tegenkomt. Door de toename van gemotoriseerd verkeer in de steegjes en met de komst van hotels die allemaal het beste zicht op het water beloven, is de vermaarde romantiek soms ver te zoeken.
Ze zeiden het van tevoren, de twee mensen uit India die ik ontmoette tijdens het paardrijden. India is overweldigend. Het is er warm, er is smog, er is herrie en het is er vooral erg druk. Overal zijn massa’s mensen. “In India there’s no concept of personal space whatsoever”, zoals zij het formuleerden. “Je zult je heel wat keren afvragen waar je aan begonnen bent, maar je zult uiteindelijk ook terug kunnen kijken op een zeer bijzondere reis.”
Turkmenistan is een land dat je niet zomaar binnenkomt. Iedere bezoeker heeft een visum nodig, dat je pas kunt krijgen als je in het bezit bent van een door de autoriteiten goedgekeurde Letter Of Invitation (LOI). Deze kan alleen aangevraagd worden door een erkende reisorganisatie in Turkmenistan, waar je een tour moet boeken. Tijdens je verblijf moet je continu vergezeld worden door een gids, het is niet toegestaan om op eigen houtje rond te reizen in het land.
‘Stan’ betekent ‘land’ en er zijn zeven onafhankelijke landen met dit achtervoegsel. Vijf behoorden ooit tot de Sovjet‑Unie. Ik bezoek er vier, te weten Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Kirgizië (Kirgistan). En daar is meteen vraag 1 van de kennisquiz: noem de drie andere ‑stans. Nee, ’Verweggistan’ keurt de jury niet goed.
Vraag me niet waarom, maar op de een of andere manier had ik altijd het idee dat Cambodja een wat minder ontwikkeld en armoedig land zou zijn. Als ik aankom in Siem Reap blijkt dat niet het geval. De stad is modern, oogt netjes, de inwoners zijn vriendelijk en ik ben aangenaam verrast als ik naast een drukke weg een fietspad zie liggen. Het verschil met de buurlanden waar ik hiervoor was, is eenvoudig aan te geven: in Thailand dragen sommige scooterrijders een helm, in Laos doet geen mens dat en in Cambodja bijna iedereen.
Ook de verslaggeving van mijn reis door Azië eindigt met een fotoreportage. Het onderwerp is pick‑ups en al zeg ik het zelf, het heeft een paar alleraardigste kiekjes opgeleverd.










