In de eerste helft van de ochtend arriveer ik in Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië. Het openbaar vervoer richting stad is goed georganiseerd, dus ik ben snel bij mijn accommodatie, sterker nog, ik ben te vroeg om mijn kamer in te mogen. Wat doe je in zo’n geval? Dan laat je je spullen ergens achter en ga je de stad in.
Turkmenistan is een land dat je niet zomaar binnenkomt. Iedere bezoeker heeft een visum nodig, dat je pas kunt krijgen als je in het bezit bent van een door de autoriteiten goedgekeurde Letter Of Invitation (LOI). Deze kan alleen aangevraagd worden door een erkende reisorganisatie in Turkmenistan, waar je een tour moet boeken. Tijdens je verblijf moet je continu vergezeld worden door een gids, het is niet toegestaan om op eigen houtje rond te reizen in het land.
Peru is het volgende land dat ik aandoe in mijn reis door Zuid-Amerika. Een lange busrit eindigt in Cuzco, ooit de hoofdstad van het Incarijk en tegenwoordig hoofdstad van de gelijknamige regio. De plaats wordt vooral bezocht vanwege de oude binnenstad en nog meer vanwege de nabijheid van Machu Picchu, dé toeristische trekpleister van Peru.
Slecht weer met harde wind veroorzaakt veel vertragingen op Schiphol, waardoor ik later die avond mijn aansluitende vlucht van Madrid naar Zuid-Amerika mis. In Spanje is mijn rugzak ook nog zoek, maar na wat rondvragen, ‑bellen en ‑rennen is die weer terecht en word ik midden in de nacht naar een hotel op de luchthaven gebracht. Inclusief nieuw vliegticket en volpension.
Tien dagen lijkt kort voor een land dat bijna dertig keer zo groot is als Nederland, toch kun je in die tijd aardig wat zien van Zuid‑Afrika. Oceanen, bergen, vlaktes, wilde dieren, steden, gehuchten, armoede, rijkdom en veel vriendelijke mensen. Met de eigen familie van vijf maken we een rondje van zo’n 2.200 km langs de zuidwestkust en terug.
De bus van Oslo naar Göteborg is comfortabel en niet uitverkocht, wat de rit aangenaam maakt. De Zweedse aankomstplaats blijkt een veel leukere stad dan gedacht, terwijl ik er alleen maar naartoe ben gegaan om een fabriek te bezoeken. Maar wat zeg je nou Bart, een fabriek bezoeken? Je hebt toch niet gesolliciteerd?
Na het welkomstwoordje en de gebruikelijke veiligheidsinstructies klinkt er een gebed door het vliegtuig. Dat heb ik niet eerder meegemaakt, maar bij Saudia Airlines is het een vast onderdeel van elke vlucht, dat net als de uitleg over hoe een zwemvest op te blazen massaal wordt genegeerd. Ik voel me er niets veiliger of onveiliger door tijdens de vliegtocht naar Thailand.
Rijden in een voertuig van ruim negen meter lang en bijna 3,5 meter breed is makkelijker dan het klinkt. Gewoon wat vaker in de spiegels kijken en de bochten iets ruimer insturen. En in Canada zijn de overige weggebruikers ingesteld op campers in het verkeer, zoals dat in Nederland is met fietsen. Kortom, na de onwennige eerste kilometers voelt het al snel vertrouwd om op pad te zijn met een formaat kampeerbus waarvoor je in je eigen land een speciaal rijbewijs moet hebben.
Het record staat op 23 minuten en 48 seconden. Ik heb ruim anderhalf uur nodig voor de Grouse Grind, een parcours dat in 2,5 kilometer via 2.830 traptreden 800 meter stijgt. En bij die treden moet je niet denken aan een mooie, gelijkmatige trap met leuning zoals je die thuis hebt, maar aan onregelmatig geplaatste stenen, planken en balken, met hier en daar een boomwortel. Gelukkig is het verplicht om de gondel terug naar beneden te nemen, want na de klim zit er niet veel kracht meer in mijn benen.
Een strand midden in Canada, je zou het niet verwachten. Manitou Beach ligt ver verwijderd van de kust, aan een langwerpig meer met een hoog gehalte aan zouten, vergelijkbaar met de Dode Zee. Het kleine strand oogt aangelegd en is dat waarschijnlijk ook, er zijn mensen, er is zon, er is schaduw, en ik beleef er een ontspannen middag. De temperatuur van het water valt me reuze mee en de slok die ik drijvend op mijn rug binnenkrijg proef ik ‘s avonds nog.










