Mensenmassa’s ontlopen hoeft niet altijd

Five Lakes Panorama

Een strand midden in Canada, je zou het niet verwachten. Manitou Beach ligt ver verwijderd van de kust, aan een langwerpig meer met een hoog gehalte aan zouten, vergelijkbaar met de Dode Zee. Het kleine strand oogt aangelegd en is dat waarschijnlijk ook, er zijn mensen, er is zon, er is schaduw, en ik beleef er een ontspannen middag. De temperatuur van het water valt me reuze mee en de slok die ik drijvend op mijn rug binnenkrijg proef ik ‘s avonds nog.

Dat typische terug‑van‑het‑strandgevoel, een prikkelende huid vanwege zon, zout en zand, zorgt voor een “oh ja”‑momentje als ik aan het eind van de middag de auto instap die uren in het volle zonlicht heeft gestaan. Ik overnacht in een motel in de buurt en vanaf daar vertrek ik de volgende morgen richting Regina, de hoofdstad van Saskatchewan.


Danceland
En er kan gedanst worden in Manitou Beach.

Wasstraat

De landschappen in die provincie zijn uitgestrekt en leeg, je kunt er uren rijden en steeds een vergelijkbaar uitzicht hebben. Er wordt veel graan verbouwd en je ziet allerlei dieren. Er steekt vier keer een hert over, op een grasvlakte loopt een coyote en vanaf het wegdek sprinten grondeekhoorns de berm in. Op de verlaten wegen zie je het wild echter al ruim van tevoren, waardoor de toevallige ontmoetingen steeds goed aflopen en de auto voorlopig nog niet door de wasstraat hoeft.

Regina is een rustige stad, waar ik me twee dagen vermaak, maar het dan ook wel gezien heb. Daarna volgt een lange rit naar Prince Albert en het gelijknamige nationale park dat er in de buurt ligt. In het centrum van het park ligt een toeristisch plaatsje aan een meer en zijn er uitgebreide mogelijkheden om te zonnen en te barbecueën. Hier is het druk en vanwege mijn natuurlijke neiging dit te vermijden gaat mijn voorkeur uit naar een ander deel van het park voor een wandelroute door bossen en over heuveltoppen.


Grens

Het nadeel is dat beren een vergelijkbare drang hebben om mensenmassa’s te ontwijken, waardoor je ze in een afgelegen deel van het park juist eerder tegen het lijf kunt lopen. Bovendien ben je alleen kwetsbaarder dan in een groep en hebben de beren in deze tijd van het jaar jongen, wat ze sneller agressief maakt. Bij nader inzien kies ik daarom voor een route met meer mensen, mijn natuurlijke neiging ten spijt, en het valt me niet eens tegen.


Wat mij opvalt in Canada
  • Makelaars zetten bij de verkoop van een huis hun eigen smoelwerk op het uithangbord.
    (Maar dat is niet altijd bevorderlijk voor het halen van de vraagprijs.)
  • In de supermarkt houdt men (te) ruime onderlinge afstand in de rij bij de kassa.
    (Daardoor ben ik weleens voorgekropen zonder het zelf in de gaten te hebben.)
  • De populairste koffiezetapparaten zijn hier van het merk Keurig.
    (Dat men uitspreekt als iets dat lijkt op ‘Kjoewik’.)

De volgende dag rij ik verder in westelijke richting en naarmate ik meer in de buurt kom van de provincie Alberta, worden de landschappen glooiender en daarmee mooierder. (Ja, ik weet ook wel dat dat laatste woord niet klopt, maar het rijmt.) De grens tussen Saskatchewan en Alberta loopt dwars door de plaats Lloydminster, waar ik die nacht verblijf, ik ontwaak dus in Saskatchewan en wordt enkele straten verderop wakker met een kop koffie in Alberta.

Onderweg naar Edmonton, een stad die ik alleen maar beschouw als tussenstop op weg naar de Rockies, het Canadese deel van de Rocky Mountains, zie ik vanaf de snelweg opeens een kudde bizons. Er blijkt vlakbij een park te zijn waar deze dieren vrij rond lopen. Daar wil ik meer van zien, dus mijn activiteit voor morgen is bekend.


Bijzonder

Edmonton is niet de verwachte saaie plek, ik verblijf in een mooie en gezellige wijk. In het park heb ik meer pech, want ik krijg geen bizon te zien, maar ik wordt er wel gek van de muggen. Als ik uiteindelijk teleurgesteld en lekgestoken terugga, zie ik verderop auto’s stapvoets rijden en als ik dichterbij kom, begrijp ik waarom: in de berm ligt een bizon op zijn gemak te herkauwen. Ben ik toch niet voor niks gegaan, want het levert me een foto op voor mijn blog. Een dag zonder bizon was ook best bijzonder geweest.


Bizon

Vanaf Edmonton reis ik verder naar een buitengebied, waar ik in een prachtige en rustige omgeving een B&B vind met de toepasselijke naam Bird & Breakfast; er komt van alles voorbij fladderen, van wulp tot kolibrie, en het ontbijt is uitgebreid en smaakvol. Oftewel, Bart is helemaal in zijn element als hij zijn weg vervolgt.


Skyline

Een belangrijke stop in de Rockies is Jasper National Park, een van de bekendste en mooiste parken in Canada. Er zijn bergen, watervallen, blauwgroene meren, warmwaterbronnen, gletsjers en veel wandelroutes. En er zijn mensen, maar het is niet druk. De Sulphur Skyline trail die ik bewandel, is een soms pittige tocht tegen de berg op, die eindigt op een hoogte van meer dan 2.000 meter. Met name het laatste stuk is steil en het waait er hard, omdat er geen bomen meer staan die beschutting bieden.


Uitzicht Sulphur Skyline
Uitzicht vanaf de Sulphur Skyline trail.

Als je boven bezweet aankomt voelt die wind ook nog eens koud. De inspanning wordt echter beloond met fantastische uitzichten, rondom je heen zie je overal bergtoppen, het maakt niet uit welke kant je op kijkt. Langs een kleine, opstaande bergwand neem ik plaats bij een groep mensen – als de omstandigheden erom vragen is mijn natuurlijke neiging afwezig – en met elkaar zitten we uit de wind en zwijgend te genieten van het moment. De terugtocht is makkelijker, al stoot ik ergens mijn hoofd aan een overhangende tak, en om bij te komen bezoek ik beneden de Miette Hot Springs, een thermaalbad dat zijn water haalt uit een natuurlijke warmwaterbron.


Icefields Parkway

Midden door de Rockies loopt de Icefields Parkway, vanaf deze weg zijn veel bezienswaardigheden in Jasper eenvoudig te bereiken. Soms hoef je alleen maar de auto op een parkeerplaats te zetten voor een prachtig uitzicht of een mooie waterval, bij elkaar doe ik vier uur over een stuk van ongeveer 150 kilometer, wat een aardige indruk geeft van hoeveel er te zien is.


Icefields Parkway

Spuitbus

In Valley of the Five Lakes maak ik een korte wandeling langs vijf blauwgroene meren, als ik bij een bruggetje over het water op een groep hartgrondig hoestende mensen stuit. Op mijn vraag wat er aan de hand is, noemt iemand de term bear spray, een heftig middel om beren mee op afstand te houden. In de directe omgeving is geen grizzly of welke soort dan ook te bekennen, dus mogelijk is het van ver komen aanwaaien of hebben een paar lolbroeken in het wilde weg een spuitbus opengetrokken.

Ik hou mijn adem in terwijl ik mijn T‑shirt over neus en mond trek en probeer zo snel mogelijk het bruggetje over te steken. Dat levert een bescheiden succesje op, want aan de overzijde voel ik slecht lichte irritatie in mijn keel en hoef ik maar een paar keer te niezen.


Disney

De Icefields Parkway loopt door naar Banff, dat andere bekende park. Daar schijnen in tegenstelling tot Jasper wel massaal veel mensen te zijn, in een pension spreek ik iemand die er net vandaan komt en de drukte omschrijft als ‘het lijkt op sommige plekken wel Disneyland’. Daar ben ik nog nooit geweest en ik hoop er ook nooit te komen, maar we zullen zien …