In China tref ik veel vriendelijke en behulpzame mensen, waardoor ik me realiseer dat ik altijd de onbewuste verwachting heb gehad dat Chinezen afstandelijk zijn. Maar ik leer snel bij. Als ik iemand de weg vraag, blijkt die persoon nauwelijks Engels te kunnen (en ik spreek geen woord Chinees), maar hij neemt wel de moeite om me naar iemand toe te brengen die me verder kan helpen. Die persoon, zijn internetverbinding en ik vinden wat we zoeken en vervolgens loopt de man een stuk met me mee om me de juiste route aan te wijzen.
Een tweede verwachting klopt wel: eten in China is goedkoop en zelfs in de meest eenvoudige tent nog lekker. Het is telkens een klein feestje, zelfs wanneer ik langs de straat een ontbijt bestel en dit bij de stoeprand aan een klein tafeltje naar binnen vouw. Daar ontdek ik bovendien dat een derde verwachting onjuist is, of in elk geval kan worden afgezwakt: in China is veel luchtverontreiniging. Ik verblijf in Peking en zie veel elektrische auto’s en uitsluitend elektrische scooters voorbij komen, wat een hoop vervuiling ter plaatse en geluidsoverlast voorkomt. Ik weet niet of het voor heel China geldt, maar in de hoofdstad lijkt de lucht vrij schoon.
The Great (Fire)wall of China
Een vierde verwachting is weer correct: internet in China is sterk gefilterd. Veel informatie is ontoegankelijk, webpagina’s openen niet en apps op je telefoon haperen. Zoekmachines geven geen resultaat en aan een Chinese versie heb ik vanwege de taal niets. Maar dan laat je de browser die pagina toch gewoon vertalen?, denk je nu. Dat dacht ik ook, maar helaas, dat vinden de internetfilters dus niet goed. Erg irritant allemaal, maar gelukkig heb ik de Engelstalige site met bezoekersinformatie over de Chinese Muur al eerder gevonden en vastgelegd, waardoor een toegangskaartje snel geregeld is. Die site werkt namelijk als een tierelier.

Het gerestaureerde deel van de muur waar je per bus naartoe wordt gebracht, begint bij wachttorens 14 en 15. Daar is het toeristisch druk, maar wie even doorbijt en de klim naar toren 23 waagt, wordt beloond met rust, voldoening en uitzicht op een nog oorspronkelijk deel van de muur. Het weer is prachtig en kijkend over de omgeving zie je de muur in beide richtingen over de bergen verdwijnen. Dat ik hier nog eens zou staan.
Controle
In het centrum van Peking ligt het Tiananmenplein, waar Mao in in 1949 de Volksrepubliek China uitriep. Het plein is ook bekend als het Plein van de Hemelse Vrede en mogelijk nog bekender vanwege die man die er tijdens protesten voor een rij tanks ging staan. Als ik het plein wil bekijken, kom ik terecht in een stroom mensen die hetzelfde van plan zijn, voornamelijk Chinezen die weekend hebben. Onderweg controleert de politie vier keer mijn paspoort en wordt er twee keer een gezichtsscan gemaakt. Uiteindelijk mag ik bij controle nummer vijf niet verder, want ik had me vooraf moeten registreren op een bepaalde website.
Mateloos geïrriteerd keer ik om en als ik me in het hotel alsnog wil registreren, vind ik een site die uitsluitend beschikbaar is in het Chinees – wat ik niet kan/mag vertalen – en als ik aan de balie vraag om hulp, blijkt dat registratie een dag van tevoren moet plaatsvinden. En daar heb ik niks aan, want ik ga morgen weg.

Ondanks de merkbare keerzijdes, is mijn korte reis naar China een positieve ervaring. In de metro bijvoorbeeld zie ik kinderen opzichtig subtiel hun broertje of zusje aanstoten en vervolgens in mijn richting knikken. Moet je zien, een vreemdeling in onze metro. Vermakelijk. Of ik denk aan die vrouw, die lol had toen ze mij aan dat kleine tafeltje zag ontbijten. En aan de man van het restaurant waar ik de eerste avond at, die me de volgende dag vriendelijk groet en daarbij zijn best doet om Engels te praten.
Kazachstan
Voor ik richting Kaukasus ga, stop ik in Kazachstan en het eerste dat me opvalt: wat een verademing om weer onbeperkte internettoegang te hebben. Vanuit Almaty, vroeger bekend als Alma‑Ata, wil ik naar Ile‑Alatau National Park voor een wandeltocht naar Big Almaty Lake, een meer met blauwgroen water dat op 2.511 meter hoogte ligt. Ik boek een tour, omdat ik dan meteen het vervoer van en naar het dertig kilometer verderop gelegen park heb geregeld, maar de volgende dag blijk ik de enige deelnemer te zijn, waarom de tour op het laatste moment wordt afgezegd.

In Azerbeidzjan loopt het beter af en maak ik een tour naar Shirvan National Park, waar gazelles en veel vogelsoorten te zien zijn. Het hoogtepunt van de vogeltrek is achter de rug, maar er fladdert nog steeds voldoende rond. Verder verblijf ik in de hoofdstad Bakoe, een moderne stad met eigentijdse architectuur en een oud centrum, waar nog steeds de nodige Lada’s rondrijden, vaak in goede staat. Kennelijk waren die hoekige Sovjetbakken niet zo slecht als de westerse wereld graag dacht, grappen als “Hoe verdubbel je de waarde van een Lada? Door de tank vol te gooien” waren mogelijk onterecht.

Op het vliegveld van Bakoe vraagt men tijdens het inchecken voor mijn vlucht naar Georgië of ik verzekerd ben. Uiteraard heb ik een reisverzekering, de (Nederlandstalige) polis staat op mijn telefoon, maar men wil een verzekeringsbewijs in het Engels of Georgisch zien, anders mag ik het vliegtuig niet in. Tja, dan moet je opeens onder tijdsdruk en matig wifi‑signaal creatief worden om het gewenste document ergens vandaan te toveren. Inloggen bij mijn verzekeraar in de hoop een Engelstalige polis aan te treffen, levert geen resultaat. De Nederlandse versie automatisch laten vertalen geeft me diverse keren uitsluitend tekst zonder vormgeving terug. Pas als ik een site vind waarop ik het vinkje ‘Behoud opmaak’ kan zetten, ben ik gered. “Stond op de site van de verzekeraar”, zeg ik met een stalen gezicht als ik opnieuw aan de balie sta.
Wijn
In Georgië zijn de oudste bewijzen van wijnmaken tot nu toe gevonden, wat betekent dat Georgië waarschijnlijk de plek is waar het festijn ooit begon. Zo’n 8.000 jaar geleden werden hier al druivensoorten gedomesticeerd voor de productie van wijn en tegenwoordig is Georgië een regionale wijnproducent van betekenis. Daar moet ik bij zijn!
Vanuit Tbilisi neem ik deel aan een tour naar wijngebied Kakheti. Het gezelschap is afkomstig uit alle windstreken, van Indonesië tot Argentinië, en iedereen lijkt zich vooral te verheugen op de proeverij, de historische dorpjes en oude kerken die we onderweg aandoen zijn mooi meegenomen. In een klein wijnhuis proeven we enkele droge, volle wijnen, in een groot en commercieel wijnhuis krijgen we vooral lichte en zoete wijn voorgezet. Niemand wordt enthousiast van de zoetigheid, toch is iedereen na afloop blij, want in totaal hebben we negen verschillende wijnen uit de streek mogen proeven. En een obscuur groene drankje met veel alcohol als afsluiter.

Vulkaan
Aan de grens met mijn volgende bestemming Armenië stelt de douane vragen over het stempel van Azerbeidzjan in mijn paspoort. Wat heb je daar precies gedaan? Hoe lang was je er? Ben je er al vaker geweest? Dit heeft te maken met langlopende spanningen tussen Armenië en Azerbeidzjan over de enclave Nagorno-Karabach, die in 2023 oplaaiden door een Azerbeidzjaanse aanval op het gebied. Als ik zeg dat ik vanuit Bakoe vogeltjes ben wezen kijken in een nationaal park, mag ik doorlopen. Zo zie je maar weer, ornithologie helpt je verder in het leven.
De Ararat is een vulkaan, die met 5.137 meter de hoogste berg in dit deel van de Kaukasus is en die met deze cijfers elke bergtop in de Alpen overtreft. De vulkaan is zichtbaar vanuit de Armeense hoofdstad Jerevan, al moet je daarvoor eerst de Cascade van Jerevan beklimmen, een gigantische trap met 572 treden. Als ik boven ben, zie ik dat de besneeuwde top van de Ararat in de wolken zit, maar gelukkig niet volledig. Daarom kan ik deze reis, die bijna drie maanden geleden begon in Turkije, met een gerust hart afsluiten.
Via Frankfurt en Keulen keer ik terug naar Nederland, waarbij ik die laatste stad niet kan verlaten zonder een bezoek te brengen aan das Maus Denkmal. Iedereen die in de jaren 70 vanuit het oosten des lands wel eens naar een Duitse tv‑zender keek, weet om welke muis het gaat.





