Tasmanië

Panorama Zonsondergang Tasmanië

Toen ik eind vorige eeuw na een rondreis van een jaar terugkwam uit Australië, vroegen meerdere mensen wat het mooiste was dat ik gezien had in die twaalf maanden. Daar kon ik geen antwoord op geven, want Australië is zo divers en ik had zoveel plekken bezocht, dat het moeilijk was om daar een winnaar uit te selecteren. Als je me dezelfde vraag nu opnieuw stelt, weet ik het meteen: Tasmanië is het mooiste dat ik heb gezien aan de andere kant van de wereld. En Tasmanië is het enige deel van Australië waar ik destijds niet geweest ben.

Ik kom aan in de hoofdstad Hobart, mogelijk dat die naam mij indertijd het gevoel gaf niet welkom te zijn op het eiland. Hoe dan ook, het is een prettige plek om te zijn. Hobart heeft een bescheiden omvang, maar is de grootste stad van Tasmanië en biedt precies de juiste combinatie van grootstedelijke allure en dorpse gemoedelijkheid.


Totempaal

In een kleine drie weken reis ik het eiland rond, te beginnen aan de oostkust. In november, net voor het hoogseizoen, zijn op Tasmanië overal mensen, maar is het nergens druk. Dat is aangenaam. Het weer in die periode is wisselvallig, merk ik al snel, binnen een paar uur kan het omslaan van wolkloos naar stortregen met harde wind en weer terug naar strak blauw. Het grillige weer past echter prima bij de ruige kusten aan de oostzijde.


Cape Hauy
Cape Hauy.

In Tasman National Park maak ik een wandeling naar Cape Hauy, een route van 9 kilometer die in totaal zo’n 500 meter stijgt. Op het hoogste punt is er een wijds uitzicht over zee en zie je beneden de totempaal, een lange en puntige rots die 65 meter boven het water uitsteekt. Een man vertelt vol verbazing dat er zojuist iemand de totempaal heeft beklommen, maar dat spektakel heb ik gemist. Of zou hij in zee gevallen zijn?


Wijnglas

De volgende dag ga ik per veerboot naar Maria Island, een eiland bij een eiland bij een eiland. Maria Island bij Tasmanië bij Australië bedoel ik dan. Het weer is prachtig, Maria is autovrij en er zijn precies genoeg bezoekers om het overzichtelijk te houden. Op mijn gemak wandel ik rond en zie ik wombats en allerlei vogels, zoals de wat grofgebouwde hoendergans. Tasmanian devils schijnen er ook voor te komen, maar die houden zich overdag helaas schuil.


Wineglass Bay
Wineglass Bay.

Terug op Tasmanië bezoek ik Wineglass Bay, een prachtig strand in de vorm van een halvemaan. Gelukkig is het weer nog steeds goed, want daardoor lijkt de baai nog mooier. Vanaf het uitzichtpunt kun je omlaag lopen naar het strand en zie je het heldere zeewater en het witte zand van dichtbij. Er is helaas niet veel schaduw, dus een half uurtje later keer ik terug.


Nergens anders

Voordat ik de oostkust verlaat en verder landinwaarts reis, bezoek ik eerst The Gardens met zijn oranje gekleurde rotsblokken aan zee. Om er te komen moet ik omrijden, maar dat blijkt niet voor niks, want de blokken zijn absoluut de moeite waard. Onderweg zie ik bovendien de plaatsnaam Nowhere Else op een bord staan. Dat wil ik van dichtbij meemaken en daarom rij ik ernaartoe, maar het plaatsje is zo klein dat ik er al voorbij ben voor ik het doorheb.


The Gardens Tasmanië
The Gardens.

Aan de noordwestkant van Tasmanië ligt Cradle Mountain National Park, dat met zijn bergen, meren, natuur en wandelroutes vrij populair is. Daarom is het er drukker dan op veel andere plekken, maar nog steeds op een positieve manier. Cradle Mountain is niet de hoogste, maar wel een bekende berg in Tasmanië. Het laatste deel van een pad naar een hoog gelegen uitkijkpunt loopt stijl omhoog, maar dat is niet het meest vermoeiende; dat zijn de twee Amerikaanse vrouwen die voor me lopen en voortdurend praten zonder iets te zeggen. Op een plek waar het kan, weet ik ze te passeren en schroef ik mijn looptempo een tandje op om buiten gehoorafstand te raken.


Cradle Mountain Tasmanië
Cradle Mountain.

Vanaf het stadje Stanley rij ik de zogeheten Tarkine Drive, dat een van de mooiste autoroutes op Tasmanië moet zijn. Het weer is helaas omgeslagen en het regent af en toe flink. Een deel van de 130 kilometer lange rit gaat langs de kust, een ander deel door regenwoud, dus de buien vallen op het juiste moment. Onderweg zijn er stopplaatsen met mooie landschappen en korte wandelroutes, maar die sla ik over omdat ik in de auto wel droog blijf.


Vogelbekdier

Als ik terugben in Hobart kom ik langs Cascade Brewery, de oudste brouwerij van Australië. Ik heb geen zin in een rondleiding, daarom loop ik naar een park naast het pand van de brouwer. Bij een beekje dat er doorheen stroomt, staan enkele mensen naar het water te kijken en te wijzen, als ik dichterbij kom zie ik dat er twee vogelbekdieren rondzwemmen. Eentje gaat zelfs op de kant zitten om zichzelf eens uitgebreid achter de oren te krabben. Als ze na een tijdje uit het zicht verdwijnen, sjok ik terug voor een lunch in het restaurant van de brouwerij. Ik bestel er een vers gebrouwen tapbiertje bij en na de eerste slok trek ik definitief de conclusie dat ik Tasmanië het mooiste deel van Australië vind.