Het record staat op 23 minuten en 48 seconden. Ik heb ruim anderhalf uur nodig voor de Grouse Grind, een parcours dat in 2,5 kilometer via 2.830 traptreden 800 meter stijgt. En bij die treden moet je niet denken aan een mooie, gelijkmatige trap met leuning zoals je die thuis hebt, maar aan onregelmatig geplaatste stenen, planken en balken, met hier en daar een boomwortel. Gelukkig is het verplicht om de gondel terug naar beneden te nemen, want na de klim zit er niet veel kracht meer in mijn benen.
De volgende dag heb ik geen spierpijn, zo slecht is mijn conditie dus ook weer niet. Om dat te vieren ga ik naar de Capilano Suspension Bridge, een hangbrug van 140 meter lang over een rivier die 70 meter lager ligt. Dat klink heel stoer, maar ik kan er kort over zijn: het is de hoge toegangsprijs niet waard, ga er dus niet naartoe mocht je ooit in de buurt zijn. Maar vooruit, het levert me wel een aardige foto op.

Zowel de pittige klim als de teleurstellende brug zijn in North Vancouver. Ook woont daar een stel dat ik afgelopen juni leerde kennen in Saskatoon. Omdat we het goed konden vinden met elkaar, spraken we af samen iets te doen wanneer ik in Vancouver zou zijn en tussentijds contact te houden. Dat is gelukkig niet tevergeefs geweest en we ontmoeten elkaar opnieuw voor een wandeltocht naar Norvan Falls, een smalle waterval die – het wordt bijna saai – ten noorden van Vancouver ligt.
Tijdens het lopen zijn reizen en reisplannen het gespreksonderwerp. Zij hebben anderhalf jaar door Nieuw‑Zeeland getrokken en zijn nu aan het sparen voor een volgend avontuur, hun huidige woonruimte en werk zijn tijdelijk. Ik heb geen baan en huis meer en ook al aardig wat van de wereld gezien. We begrijpen elkaar dus goed en geven alledrie hetzelfde antwoord op de vraag wat we na afloop van de wandeling gaan doen. Bier drinken.
Stad en eiland
Vancouver ligt aan zee en dicht bij een bergketen, wat vooral vanuit Stanley Park goed te zien is. In het park zijn wandel- en fietsroutes, er is bos, er is strand en je kijkt uit op de skyline van de stad en op bergtoppen. Er zijn denk ik maar weinig stadsparken die dat kunnen bieden. Als ik met een huurfiets en op mijn hoofd zo’n stom helmpje dat hier verplicht is de zogeheten Seawall langs het water afleg, voel ik me een ontzettende toerist, maar de rit is de moeite waard.
Na enkele dagen in de stad neem ik de veerboot naar Vancouver Island, een eiland dat niet gek veel kleiner is dan Nederland. Er zijn stranden, wijngaarden, bosgebieden, ruige kustlijnen, bergen, er is zelfs een klein skigebied en in de wateren rondom het eiland zwemmen walvissen en orka’s.

Vanaf de kust krijg je die zelden te zien, daarom boek ik een boottocht die volgens de organisator 100% garantie geeft op het zien van deze dieren. Dat blijkt geen goedkope bluf om klanten te werven, want als de catamaran met enkele tientallen mensen aan boord na ruim drie uur terugkeert, hebben we meerdere orka’s en bultrugwalvissen gezien. Plus een groep zeeleeuwen en een zeldzame zeeotter.
Bocht
Voor de wijn daarentegen hoef je niet naar het eiland te komen. Wijnbouw staat er nog in de kinderschoenen en dat is te merken als ik tijdens een bezoek aan een wijngaard enkele rode wijnen proef; ze zijn niet te zuipen, van een klein slokje moet ik al hoesten. De gastvrouw legt uit dat de wijnstokken nog te jong zijn om volle, krachtige wijn te produceren en dat het nog de nodige jaren duurt voor het zover is. De witte wijnen zijn beter en daar koop ik dan maar een flesje van.
De volgende plaats die ik aandoe is Nanaimo, in heel Canada bekend vanwege de lekkernij die ervandaan komt: de Nanaimo bar. Ingrediënten en bereidingswijze ga ik niet voor je opsommen, ik hou het bij een afbeelding van een exemplaar dat ikzelf bij de koffie naar binnen werkte.

Omdat ik het niet bij slechts een Nanaimo bar heb gelaten, is het tijd voor lichaamsbeweging. In de omgeving van Cumberland is een uitgebreid netwerk van paden om te mountainbiken en daar heb ik zin in, ook al heb ik het nog nooit eerder gedaan. Maar het is duidelijk hoogseizoen, want er is geen fiets meer te huur in de twee dagen dat ik er ben. Uiteindelijk vind ik een winkel die er nog precies één beschikbaar heeft, een professionele mountainbike die nieuw meer dan 10.000 dollar kost. Te zwaar geschut voor iemand met mijn ervaring en als ik hem achterin mijn kleine huurauto moet vervoeren, beschadigen én de fiets én de auto. Laat maar dus.
Geen hobby
Als ik dit verhaal vertel in de accommodatie waar ik verblijf, zegt de eigenares: “Ach, hier staat nog een mountainbike in de garage, die mag je wel gebruiken.” De volgende morgen scheur ik op een fiets, die waarschijnlijk geen 100 dollar meer waard is, over hobbelige paden en stuiter ik over stenen en wortels van bomen. Dat valt niet mee en ik heb daarom snel door dat mountainbiken niet mijn nieuwe hobby gaat worden. Ik vervolg mijn rit over de verharde wegen door het glooiende landschap in de omgeving en ben opgelucht dat ik geen fiets heb kunnen huren. Van pure blijdschap trakteer ik mezelf op een Nanaimo bar. Grapje.
Voor nog meer beweging ga ik naar Strathcona Provincial Park, waar veel wandelroutes zijn in een omgeving met bergen, bossen, meren en watervallen. En er schijnen poema’s te leven, dus wie weet moet ik nog rennen ook. De dag waarop ik er ben, is het koel en bewolkt, een welkome afwisseling na een periode van droogte en hitte.

| Wat mij opvalt in Canada |
|---|
|
Boompjes
Gezien de diagonale ligging is op Vancouver Island niet eenduidig vast te stellen welk deel van het eiland met welke windstreek aangeduid moet worden. De westkust zou je net zo goed de zuidkust kunnen noemen. Dat kan leiden tot verwarring als mensen vragen wat je volgende bestemming is, omdat ze bijvoorbeeld denken dat je teruggaat naar de veerboot, terwijl je totaal de andere kant op bedoelt. Daarom wen ik mee aan om in gesprekken plaatsnamen te gebruiken in mijn routebeschrijving. Eerst richting Cathedral Grove en Tofino, daarna de kant op van Sidney.
Cathedral Grove is een overblijfsel van een eeuwenoud bos, waar onder andere Douglasspar groeit. De oudste bomen hebben een leeftijd van zo’n 800 jaar, zijn 75 meter hoog en hebben een omtrek van 9 meter. Een deel van het bos werd 350 jaar geleden verwoest door brand, een veel groter deel sneuvelde door toedoen van Europese kolonisten. Commerciële houtkap gaat tot op de dag van vandaag door. Lang leve de mens.

Tofino is een trendy surfoord, waar ik het snel gezien heb. Sidney is een prettige plaats waar ik twee dagen verblijf voor ik met de veerboot terugga naar het vasteland. In een parkje vlakbij de zee staat het Sidney Amphitheater, waarvan de vormgeving duidelijk geïnspireerd is door het Opera House in het bijna gelijknamige en veel bekendere Sydney. Maar stel je er niet te veel bij voor, het theater is weinig meer dan een kleine muziekkapel.
Conclusie
Wanneer Canadezen doorhebben dat je een reiziger bent, heb je makkelijk contact. Dat is in het hele land zo, maar op Vancouver Island nog meer. Mensen beginnen tegen je te kletsen, stellen vragen en vertellen je van alles. Overal tonen ze interesse, in het openbaar vervoer, op een terras, in de supermarkt of gewoon op straat. Dus voel je een drang om in je eentje een verre reis te maken, dan is Vancouver Island een aanrader. Het is klein, daardoor overzichtelijk, er is veel afwisseling in landschap en activiteiten, en je hebt makkelijk contact.
Over een paar dagen krijg ik familiebezoek uit Nederland, per gehuurde camper gaan we de Rockies verkennen. Ik ben er helemaal klaar voor.





