Rijden in een voertuig van ruim negen meter lang en bijna 3,5 meter breed is makkelijker dan het klinkt. Gewoon wat vaker in de spiegels kijken en de bochten iets ruimer insturen. En in Canada zijn de overige weggebruikers ingesteld op campers in het verkeer, zoals dat in Nederland is met fietsen. Kortom, na de onwennige eerste kilometers voelt het al snel vertrouwd om op pad te zijn met een formaat kampeerbus waarvoor je in je eigen land een speciaal rijbewijs moet hebben.
Bezoek vanuit Nederland! Met zijn vieren vertrekken we vanaf Vancouver richting Banff en daarna Jasper in de Canadese Rockies. Onderweg zijn veel grote en kleine bosbranden, waardoor we niet ver kunnen kijken en de ramen dicht moeten blijven. Ook op de eerste camping waar we ons huis op wielen parkeren zitten we in de rook, maar in de uren erna verandert de windrichting en kunnen we toch nog buiten zitten.

De dagen erop wordt het niet veel beter, de rooksluiers hangen overal en van de uitzichten waar we ons op verheugen is weinig te zien. De tweede avond vinden we een plek waar geen rook hangt en dat is letterlijk een verademing, dat we op een parkeerterrein staan omdat de camping vol is, moet dan maar zo zijn.
Ondanks dat half Canada in de fik staat (vooruit, ik overdrijf) en het op veel plaatsen blauw hangt van de rook is het op campings nog steeds toegestaan een vuurtje te maken naast je tent of camper, een gewoonte waarover ik onder de huidige omstandigheden louter onbegrip voel. Als we een dag later nabij Revelstoke overnachten, maakt de rook langzaam plaats voor wat kwakkelend en regenachtig weer. Van de rook in de drup.
Toeteren
Van Revelstoke rijden we verder richting Golden, het traject tussen die twee plaatsen schijnt door fantastische berglandschappen te gaan, maar vanwege de combinatie bewolking en rook kunnen wij hier niet over meepraten.
Als we voorbij Golden een plek langs een afgelegen weg vinden waar we gratis en rookvrij kunnen overnachten, stopt er een auto met achter het stuur een man die zijn raampje opendoet en ons aanspreekt. Even lijkt het of hij ons op zijn eigen camping probeert te krijgen, maar hij wil enkel duidelijk maken dat er in de buurt een andere en betere gratis plek is, we hoeven hem alleen maar een stukje te volgen. Als er vlakbij een luid toeterende trein voorbij komt, zijn we overtuigd.

De nieuwe locatie is inderdaad rustig, geschikt voor wildkamperen en biedt tevens leuke mogelijkheden om ons ongezien te beroven, misbruiken en in stukken te snijden, maar met de Canadese vriendelijkheid in het achterhoofd durven we het overnachtingsavontuur aan. Een klein stukje verderop is een rivier waar rode zalm zwemt, die er in het wild veel mooier uitziet dan vacuüm verpakt in het koelvak, rond middernacht is een heldere sterrenhemel zichtbaar.
IJs
In Banff National Park staan we twee nachten op een camping in een prachtige omgeving en wordt het weer langzaam beter. Overdag maken we een wandeltocht, bezoeken we Lake Louise, het bekendste maar niet het mooiste meer in het park, en gaan we na wat geregel met een pendelbus naar Moraine Lake. ‘s Nachts koelt het af tot rond het vriespunt en dat is behoorlijk koud als je in een camper slaapt. Als we voor vertrek de uitschuifbare zijkant terug in rijpositie plaatsen, valt er zelfs ijs van het dak.

Via de Icefields Parkway, een weg dwars door de Rockies met aan weerskanten veel natuurschoon, rijden we noordwaarts richting Jasper National Park. In de hoger gelegen delen van de weg heeft het gesneeuwd, wat de omgeving alleen maar mooier maakt. Als we noordelijker en lager komen, hebben we bovendien eindelijk zomers en rookvrij weer, wat de rest van de reis zo blijft.
In Jasper staan we op een camping waar wapiti’s rondlopen, dit is na de eland de grootste hertensoort. Het is dus even schrikken als ‘s morgens zo’n beest dreigend op me afstapt omdat ik iets te dichtbij kom.

| Wat mij opvalt in Canada |
|---|
|
De volgende dag gaan we naar Medicine Lake en Maligne Lake, tijdens een wandeltocht in de omgeving van dat laatste meer krijgen we elanden te zien, maar die blijven op veilige afstand. Beide meren zijn veel mooier en minder druk bezocht dan Lake Louise, waar dat laatste haar roem vandaan haalt is me niet duidelijk, waarschijnlijk heeft het te maken met de makkelijke bereikbaarheid. Voor alle duidelijkheid, het is geen lelijk meer, maar andere meren in de omgeving zijn gewoon mooier. Dus als je ooit in de buurt bent en je wilt wat meer … meer kan ik er niet over zeggen.

Terug
Vanaf Jasper rijden we met een omweg terug naar Vancouver. Ook deze route gaat door geweldige landschappen, we zien nog een klein bosbrandje en een zwarte beer, waarvan de kleur gelukkig niets te maken heeft met het vuur. De dag nadat we de camper inleveren vliegen we naar Montreal, waar we afscheid nemen. Bems en ik blijven achter en gaan over een week vanaf Toronto terug naar Nederland. Ik zal het campertje missen.





