Cambodja van noord naar zuid

Paraplu's Panorama

Vraag me niet waarom, maar op de een of andere manier had ik altijd het idee dat Cambodja een wat minder ontwikkeld en armoedig land zou zijn. Als ik aankom in Siem Reap blijkt dat niet het geval. De stad is modern, oogt netjes, de inwoners zijn vriendelijk en ik ben aangenaam verrast als ik naast een drukke weg een fietspad zie liggen. Het verschil met de buurlanden waar ik hiervoor was, is eenvoudig aan te geven: in Thailand dragen sommige scooterrijders een helm, in Laos doet geen mens dat en in Cambodja bijna iedereen.

Siem Reap is vooral bekend vanwege het nabijgelegen Angkor, het grootste tempelcomplex ter wereld. In Cambodja is men trots op Angkor, er is een biermerk naar vernoemd en een van de tempels staat afgebeeld op de nationale vlag. Per fiets maak ik een ronde langs de drie voornaamste ruïnes, die stammen uit de twaalfde eeuw en in goede staat zijn. Ik spreek mensen die voor de vijfde dag op rij in Angkor zijn, ik ben echter na drie tempels al cultuur‑historisch verzadigd. De fietstocht door de bos- en schaduwrijke omgeving waarin het complex ligt hou ik langer vol.


Angkor Wat
Angkor Wat, de grootste tempel in Angkor.

‘s Avonds drink ik een (Angkor)biertje met iemand die ik eerder ontmoette in Laos, hij is van grofweg mijn leeftijd en heeft het nog een stapje gekker gemaakt dan ik; baan opgezegd, huis verkocht én relatie verbroken. Binnen een jaar is zijn geld op en hij heeft nog geen idee wat hij dan gaat doen. En hij wil naar Canada. Zoals ik al eerder schreef, er zijn meer mensen die doen wat ik doe. Ook zijn we het roerend eens dat Ta Prohm de mooiste tempel in Angkor is.


Ta Prohm Galerij
De galerij van Ta Prohm.

Vogels

Vanuit Siem Reap is vogelreservaat Prek Toal goed te bereiken en als vervroegd verjaardagscadeau voor mezelf boek ik een toer. Vogeltjes kijken mag ik graag doen namelijk. Een deel van het geld dat ik voor de (vrij prijzige) dagtocht betaal wordt besteed aan natuurbehoud en educatie van de lokale bevolking, dus ook in dat opzicht geeft het cadeau een goed gevoel. In het reservaat zie ik veel verschillende vogels, waaronder enkele zeldzame soorten.

De lunch is in Prek Toal floating village, een dorp van huizen die op het water drijven en waar men leeft van kleinschalige visserij en de laatste jaren ook van toerisme. Hier zie ik met eigen ogen dat educatie en natuurbehoud hard nodig zijn. Mensen drinken het water uit het meer waar ook de eenvoudige sanitaire voorzieningen rechtstreeks in uitkomen. Hun veelal plastic afval gooien ze in het water en dat kun je ze niet eens kwalijk nemen. De eigen vuilnis verbranden is op het water of binnenshuis geen optie, een ophaaldienst is er niet.


Prek Toal floating village
Prek Toal floating village.

De organisatie waarmee ik de toer maak, besteedt haar inkomsten onder andere aan een project, dat de inwoners van het drijvende dorp de mogelijkheid biedt hun afval in te leveren in ruil voor schoon drinkwater. Hierdoor komt er minder troep in de natuur terecht en worden mensen niet langer ziek van het water dat ze drinken. Ook treedt er een zekere bewustwording van deze voordelen op. Een prijzige dagtocht, maar zinvol besteed geld dus.


Bloeddruk

Met de zogenaamde slowboat ga ik van Siem Reap in zuidelijk richting naar Battambang. De vaartocht gaat langs de mooie omgeving van het vogelreservaat en krijgt daarom mijn voorkeur boven een veel snellere busrit met hetzelfde eindpunt.

Na een uur of vier komt de boot op een klein strandje stil te liggen, wat betekent dat we zijn aangekomen op de plaats van bestemming. Nog voor de passagiers ook maar de kans krijgen om op te staan, wordt het vaartuig geënterd door tuk‑tukchauffeurs, die zeer opdringerig zijn in het aanbieden van hun diensten. Als ik eindelijk naar voren kan lopen om mijn rugzak van het dak te halen en uit te stappen, doen hun collega’s aan wal er nog een schep bovenop. Op dat moment verlies ik mijn geduld …


Boos Jongetje

Angry Vectors by Vecteezy


In het Nederlands begin ik kabaal te maken en vanaf het voordek schreeuw ik de chauffeurs toe dat ze op moeten donderen allemaal, terwijl ik met mijn armen een vegende beweging van binnen naar buiten maak om mijn woorden kracht bij te zetten. Het heeft effect, geschrokken maar beleefd gaan de mannen opzij, waarna ik voldaan uitstap en mijn bloeddruk terugkeert naar gezondere niveaus.


Stoep

In Battambang heb ik het na een dag wel gezien, mijn volgende stop is de hoofdstad Phnom Penh. Een moderne maar ook drukke stad, die na een oorlog in de jaren zeventig en een periode van wederopbouw nog altijd hard aan het groeien is. Op veel plaatsen kun je moeilijk doorlopen, omdat de stoep vol staat met scooters, eetkarren, koopwaar, tuk‑tuks of zelfs een royaal geparkeerde Rolls Royce. Het prijspeil ligt er duidelijk hoger dan in elders in Cambodja, maar nog altijd lager dan in Nederland. Na alle dorpjes en stadjes waar ik eerder was, is Phnom Penh een totaal andere ervaring; je wordt er om half vijf in de ochtend niet wakker gekraaid door een haan, maar kunt ‘s avonds wel moeilijker in slaap komen vanwege verkeersgeluid.

Het zuidelijk gelegen Kampot is een plaats die weer vertrouwder voelt, het centrum biedt veel uitgaansmogelijkheden en daarom blijf ik er voor de jaarwisseling. Mijn idee is dat ik vast wel ergens een plek kan vinden, waar ik om middernacht met anderen kan proosten op het nieuwe jaar, maar dat valt tegen. De kroegen zijn klein, overal staat de muziek loeihard en de neonverlichting binnen nodigt niet uit om er een drankje te bestellen.

Blikje Bier

Een alternatief plan is gauw verzonnen: ik ga terug naar mijn hotelkamer, open de gordijnen en neem plaats voor het grote raam. Met een paar blikjes bier binnen handbereik wacht ik rustig af tot 12 uur. Vuurwerk is er nauwelijks, dus een half uurtje later ga ik lekker slapen.


Verkeerde halte

Na de bijkans gekmakende hectiek van Phnom Penh en de geluidsoverdaad van Kampot is het tropische eiland Koh Thmei de juiste plek om op adem te komen. Om het te bereiken word je door een bus afgeleverd in de buurt van een vissersdorpje, waar je op de boot kunt stappen. Het vervoer van de bushalte naar het dorpje moet je ter plaatse zelf zien te regelen. In praktijk betekent dit dat je inclusief een volle rugzak bij een lokaal iemand achterop de brommer stapt, die je vervolgens naar de juiste plek toe brengt.

Ik heb de pech dat eerst de buschauffeur en daarna de brommerpiloot mij op de verkeerde plek afzetten. Als we de halte passeren roep ik nog door de bus dat ik er hier graag uit wil, maar de man achter het stuur verzekert me dat het nog een paar minuten rijden is. Helaas voor hem moet hij even later terugrijden, want ik had gelijk. De brommertaxi dropt mij vervolgens bij de verkeerde pier in het vissersdorp, maar met hulp van enkele dorpelingen vind ik uiteindelijk de boot die ik hebben moet.


Tropisch eiland

Op Koh Thmei hoor je in de verte bijna continu de ronkende motoren van vissersboten, dat is een kleine tegenvaller. Maar is het verder een fijne plek om te zijn? Jazeker! Het water is helder en heeft een aangename temperatuur, de stranden zijn schoon, er zwemmen dolfijnen en als het donker is hoor je louter de zee en natuurgeluiden. Er zijn nauwelijks mensen (binnen een paar uur na aankomst ken je iedereen) en een stel dat ik ontmoet, heeft in Kampot eenzelfde nieuwjaar gehad als ik. De hut waarin je als bezoeker slaapt is eenvoudig, maar past perfect in het plaatje. Ik tel maar zeven stuks en andere accommodatie is er op het eiland niet. De kleinschaligheid vind ik heerlijk.


Koh Thmei Hut
Mijn slaapplaats.

Het slechte nieuws is dat er plannen zijn voor de bouw van een toeristisch dorp op het eiland en een brug ernaartoe. De projectontwikkelaar heeft toegezegd 40% van de natuur op het eiland te beschermen. Dat kun je ook formuleren als 60% wordt opgeofferd aan accommodatie, wegen, parkeergelegenheid, zwembaden, bars, restaurants en aan alle vervuiling die dit met zich meebrengt. Maar het wordt dus ontwikkeling genoemd. Zucht.

Hoe dan ook, wie het eiland in nog ongerepte staat wil zien, moet snel zijn. Het bouwproject ligt al enkele jaren stil, maar vroeg of laat gaan er dingen veranderen in het voordeel van massatoerisme. En dat roept bij mij allerlei vragen op. Ben ik als iemand die veel reist medeverantwoordelijk voor dergelijke afbreuk? Waarom wordt er ingezet op massa in plaats van duurzaamheid? Waarom niet de afgelegen sfeer van het eiland proberen te behouden?


Koh Thmei Zonsondergang
Vooralsnog is dit Koh Thmei.

Van kwaad tot erger

Maar het wordt nog erger. In de zee rondom Koh Thmei varen niet alleen vissersbootjes, maar ook baggerschepen. Volgens de eigenaar van de accommodatie wordt er illegaal zand opgezogen voor gebruik bij bouwwerkzaamheden in buurlanden. Van het strand waaraan de hutten liggen zijn nog drie van elkaar gescheiden stukjes over, het grote geheel dat het ooit was is intussen verdwenen.

Op een van de avonden komt er vanaf het water een hard en ritmisch geklop, een boot verjaagt hiermee de vissen die zich in het donker schuilhouden in de koraalriffen. Deze manier van vissen levert een goede vangst, maar heeft ook gevolgen voor de visstand, het koraal en al het andere leven dat van die twee afhankelijk is.

Koh Thmei is een klein paradijsje, maar je ziet letterlijk gebeuren hoe de omgeving naar de knoppen wordt geholpen.


Volle bak

Als ik het eiland verlaat kan ik meereizen met een Canadese familie, die een taxibus heeft gehuurd om terug te gaan naar Kampot. Ik maak dankbaar gebruik van het aanbod, want ik heb geen zin in een tweede rit achterop een brommer. De volgende morgen vertrek ik vanuit Kampot naar Koh Kong, om de grens tussen Cambodja en Thailand over te gaan.

Het busje richting de grensplaats biedt 10 zitplekken, maar de bestuurder krijgt het voor elkaar om er 17 mensen, een vliegtuiglading bagage en een kip in te persen. 7 uur later ben ik op de plaats van bestemming en een ervaring rijker, de reis is eerder amusant dan een tegenvaller.


Gekantelde Vrachtwagen
Stel je voor dat dit met zo’n overvol busje gebeurt.

Kapper

Koh Kong is niet meer dan een tussenstop op weg naar Thailand. De dag waarop ik Cambodja verlaat, ga ik er eerst nog naar de kapper. Vlakbij mijn hotel vind ik een ambachtelijk vakman die voor slechts 2 euro een keurige knipbeurt levert. Aansluitend duik ik op het busstation het kleinste kamertje in, dan ben ik klaar voor vertrek.


Plee
Hier ruikt het dus heerlijk.

Regen

Terug in Thailand bezoek ik een eiland met stranden, bossen en bergen. Ondanks hoge verwachtingen valt de trip tegen, want het regent twee dagen, een zeldzaamheid in het droge seizoen. Wel is het er met name ‘s nachts aangenaam rustig en dat bevalt me goed. Het eiland doet dus alleen overdag zijn naam eer aan: Ko Kut.


Ko Kut Logo

Intussen ben ik weer in Bangkok, waar deze reis begon. Voor de lezer met weinig tijd volgt hier een beknopt reisverslag:

Samenvatting
  • Thailand is het meest ontwikkeld en heeft qua eten, natuur en cultuur veel te bieden. Het stikt er van de Nederlanders.
  • Laos is minder ontwikkeld en heeft qua natuur en cultuur genoeg te bieden. Voedsel is veelal een mindere imitatie van Thais. Het stikt er van de Fransen.
  • Cambodja blijkt als land een aangename verassing, maar heeft qua natuur en cultuur minder variatie te bieden. Eten zoals in Laos. Het stikt er van de Duitsers.
  • Elk van de drie landen is fantastisch om in te reizen!