Conclusie: Newfoundland is de moeite waard

Huizen Panorama

Newfoundland is bijna tien keer zo groot als Nederland. Van oost naar west rijden duurt dus wel even, niet alleen vanwege de afstand maar ook doordat op sommige routes het wegdek te wensen overlaat. Gelukkig is er onderweg veel te zien en ben ik er tegelijkertijd in geslaagd de ontbrekende stukken asfalt te ontwijken.

Het is half mei en in Quebec City is het met meer dan 30°C ongekend warm voor de tijd van het jaar. Overdag loop ik in korte broek. Vanaf Quebec vlieg ik naar St. John’s, de hoofdstad van Newfoundland, waar het met een paar graden boven nul juist fris is voor de tijd van het jaar. Ik heb medelijden met de man die op slippers en in zomerse kleding is ingestapt en er bij aankomst achter komt dat het niet zo’n goed idee was. Had het weerbericht even bekeken jongen, dan had je het nu niet zo koud gehad.


Huizen St. John's

St. John’s is een kleurrijk stadje, er staan veel houten huizen die in allerlei bonte tinten zijn geschilderd. Niet allemaal even geslaagd en van sommige bladdert de verf af, maar het oogt vrolijk. Voor een schildersbedrijf is hier in elk geval genoeg te doen.


Geluk

Als ik St. John’s en omgeving heb bekeken, boek ik een boottocht naar Witless Bay Ecological Reserve. Dit natuurgebied bestaat uit vier eilanden, waar grote aantallen zeevogels broeden. Het is een koude, maar heldere dag, ik tref een vriendelijke groep mensen en ik zie papegaaiduikers. Heel veel papegaaiduikers, want hier broedt de grootste kolonie van Noord‑Amerika. Als er diezelfde dag ook nog een zeearend door het beeld komt zweven ben ik een gelukkig mens.


Witless Bay
Witless Bay.

Zou je liever een papegaaiduiker of een zeearend willen zijn? Zouden die beesten het nooit koud hebben? Vinden ze die boot met toeristen interessant of hopen ze juist dat hij zo snel mogelijk zinkt? Met dat soort diepzinnige vragen reis ik richting Bonavista schiereiland, wat je nooit moet doen zonder eerst een bezoek te brengen aan een dorpje dat niet op de route ligt, maar toch een absolute aanrader is: Dildo. Je kunt ze er niet kopen, maar het is wel leuk voor de foto’s, niet waar? En er is een bierbrouwerij waarvan je de naam wel kunt raden. Soms lijkt het alsof geluk geen grenzen kent.


Plaatsnaam Dildo
Je kunt ze er niet kopen.

Supportershonk

Een van de dingen die ik niet wil  missen op het schiereiland is de Skerwink trail, een wandelroute van ongeveer vijf kilometer langs de kust met prachtige uitzichten, die in de top 35 mooiste looproutes van Noord-Amerika en Europa staat. Aan dat soort lijstjes heb ik nooit zo’n boodschap, maar het klopt dat het een prachtige tocht is. Ik besluit om hem dan maar meteen drie keer achter mekaar te doen.

Dat is niet waar natuurlijk. Ik heb hem vier keer gedaan. Geintje, een enkel rondje van vijf kilometer vind ik precies lang genoeg, daarna stap ik in de auto en rij ik naar de uiterste punt van het schiereiland. Daar liggen de plaats Bonavista en de gelijknamige vuurtoren, die door zijn decoratie doet denken aan het supportershonk van een voetbalclub. Ook heb je daar verre uitzichten over zee, er is zelfs iemand die beweert dat je bij helder weer Ierland kunt zien liggen, wat mij totale kolder lijkt.


Cape Bonavista Lighthouse
Cape Bonavista Lighthouse.

IJspret

De volgende dag reis ik naar Twillingate, waar op dat moment een enorme ijsberg is te zien die vanaf de noordpool daarnaartoe is komen drijven. Staren naar een ijsklontje klinkt misschien suf, maar geloof me, een ijsberg die enkele tientallen meters boven het water uitsteekt en die langzaam voorbij komt drijven maakt veel indruk. Ernaar kijken geeft een gevoel van ontzag voor de natuur in het algemeen en voor de ijsberg in het bijzonder. Ik spreek een vrouw uit Montreal, die drie dagen heeft gereden om de ijsberg te zien, dat zegt denk ik wel genoeg. En ik mag haar verrekijker lenen. Voor ik de volgende dag vertrek, besluit ik eerst nog een keer langs de ijsberg te gaan. Je weet maar nooit of je in je leven nogmaals zoiets gaat zien.


IJsberg

Wat mij opvalt in Canada
  • Deurklinken kunnen zowel omhoog als omlaag draaien om een deur te openen.
    (Dan kun je ze dus nooit verkeerd om monteren.)
  • In het straatbeeld is er een overdaad aan stopborden.
    (Daardoor ga je ze op een gegeven moment negeren.)
  • In veel woonplaatsen zie je overal elektriciteitspalen en -draden die de boel ontsieren.
    (De draden worden niet netjes onder de grond weggewerkt.)

Lunch

Aan de westkant van Newfoundland ligt nationaal park Gros Morne, dat vanwege de geologische structuur en het bijzondere landschap op de lijst werelderfgoed van de UNESCO staat. Wat betreft de geologie geloof ik het wel, ik ben er voor een wandeling door de ruige landschappen en groene heuvels met uitzicht op bergen en mooie kustlijnen. De eerste dag heb ik pech, want de regen komt met bakken uit de lucht en daarom ga ik niet op pad. De volgende dag is het echter prachtig wandelweer en kan ik de tocht maken die ik maken wil. Hier en daar ligt er nog sneeuw, maar de temperatuur is aangenaam en op een groene vlakte bovenop een rotsformatie geniet ik in de middagzon van mijn lunch. Het leven is zo slecht nog niet.


Het uitzicht tijdens mijn lunch.

Aangezien er geen alternatieve route is, rij ik verdeeld over enkele dagen via de weg waarover ik gekomen ben terug naar St. John’s. Onderweg kom ik dus veel herkenbare punten tegen, die ik nu van de andere kant te zien krijg. Vanuit de auto zie ik een eland, waarvoor je overal met verkeersborden gewaarschuwd wordt. Een eland is namelijk dusdanig groot dat een aanrijding dodelijke gevolgen kan hebben (voor de mens en waarschijnlijk ook voor het dier) en dat schijnt hier meerdere keren per jaar te gebeuren. Voet bij de rem dus, maar de eland staat gelukkig ver genoeg van de weg af om niet in paniek te raken. Ik kan dus ongehavend beginnen aan het vervolg van mijn reis, waarbij de stad Winnipeg mijn voorlopige einddoel is.


Verkeersbord Eland