Veel wandelroutes en veel tunnels

Funchal Panorama

In Funchal, de hoofdstad van Madeira, zijn veel steile en vooral smalle straatjes, zo smal soms dat er niet eens een stoep naast past. Uitkijken dus als je de deur uitgaat, want je staat meteen op straat. En dan heb je er ook nog motorrijders die met veel kabaal en onbesuisd hard voorbij komen scheuren.

Dat zijn gelukkig enkelingen, verkeer en voetgangers houden rekening met elkaar en dat kan ook haast niet anders. Bovendien zijn er voldoende straten mét stoep, waar je jezelf niet tegen iemands voordeur hoeft aan te drukken om een bus te laten passeren.

Mijn pension is vlakbij het oude gedeelte van de stad, de Zona Velha. Hier zijn veel bezienswaardigheden, restaurantjes en daarom ook toeristen, al valt het in deze tijd van het jaar gelukkig mee. De route die ik heb uitgestippeld start bij fort São Tiago, dat door zijn gele kleur een opvallend bouwwerk is. Van dichtbij maakt het een wat verwaarloosde indruk.


Fort Sao Tiago
Luik Funchal
Funchal

Lopend door de straatjes verderop zie ik van alles, van mooie winkeltjes, vervallen gebouwen tot de gebruikelijke toeristische onzin die je overal op dit soort plekken tegenkomt. Please sir, come in, we have the best food in the whole world – dat werkt dus niet bij onze Bart. Vanwege de dikke bewolking in de hoger gelegen delen van de stad ga ik niet met de kabelbaan omhoog naar Monte, omdat ik dan toch niet kan zien wat er te zien is.


10 uur

’s Avonds eet ik op een terras. Naast me zit aan de ene kant een Oost-Europees stel en aan de andere kant een Duits gezin. Het is al 7 uur, dus het wordt tijd voor het avondeten, niet waar? Als de maaltijd erin zit, zijn de drie tafels snel weer leeg. De lokale bevolking pakt zoiets anders aan en begint pas om een uur of 10 aan het diner, en gaat er dan uitgebreid voor zitten.

Rond dat tijdstip ziet mijn leven er totaal anders uit: het is half februari, laat in de avond en ik zit in T-shirt en korte broek met een blik bier op het balkon. En ik heb het niet koud.


Cabo Giro
Cabo Girão

Vanaf Funchal reis ik in westelijke richting en in de dagen die ik nog heb, wil ik het hele eiland rond. Gezien de grootte van Madeira moet dat makkelijk lukken. Mijn eerste stop is bij uitzichtpunt Cabo Girão, een glazen loopbrug die 580 meter hoog boven een afgrond ligt. Vanwege het heldere weer is het uitzicht alle kanten op geweldig, vooral als je over de rand omlaag kijkt.


Levada’s

Verder landinwaarts zijn de zogenaamde leveda’s te vinden. Dit zijn irrigatiekanalen, waardoor water van natuurlijke bronnen stroomt voor gebruik in de land- en tuinbouw. Langs de levada’s lopen paden, die tegenwoordig vooral gebruikt worden als wandelroutes. Ik heb Levada das 25 Fontes uitgezocht, een tocht die in 4,6 kilometer zo’n 400 meter afdaalt en eindigt bij een kleine waterval.

De heenweg is dus niet zo heel lastig, alleen op de smalle stukken is er enig oponthoud, en rustig om me heen kijkend volg ik het pad. Uit het gehijg van tegenliggers maak ik op dat de terugweg een stuk pittiger moet zijn. Als ik uiteindelijk weer bij het vertrekpunt ben, is het inderdaad niet vervelend om weer even in een auto te kunnen zitten.


Levada das 25 Fontes
Levada das 25 Fontes

De weg naar het hotel in Ribeira Brava, waar ik vanavond slaap, gaat door tunnels. Veel tunnels. Met aan het eind een rotonde en meteen daarna weer een tunnel, wat me het gevoel geeft dat ik door dezelfde tunnel op en neer blijf rijden. Als ik op het punt sta gek te worden van het doolhof waar ik in verzeild ben geraakt, rij ik opeens een tunnel uit die amper honderd meter van het hotel verwijderd ligt. Fjieuw…


Synoniem

Aan de noordzijde van het eiland is het weer minder goed, veel bewolking met af en toe regen. Desondanks begin ik aan de kustroute van Porto Moniz naar São Vicente, want op diverse plekken heb ik gelezen dat deze de moeite waard is vanwege mooie uitzichten op de oceaan. Ik ben dus verbaasd als ik tijdens de rit vooral tunnels van binnen zie. Maar eigenlijk kan dat ook nauwelijks anders; op een eiland met snel en steil oplopende rotskusten is het de enige manier om een doorgaande weg aan te leggen.


Queimadas
Parque Florestal das Queimadas

De volgende dag ga ik naar Parque Florestal das Queimadas, waar ik een wandeling wil maken, en kom ik gelukkig geen tunnels – kent iemand een synoniem? – meer tegen. Als ik eenmaal aan het lopen ben, begint het steeds harder te regenen en daarom hou ik het na twintig minuten voor gezien. Ik maak snel bovenstaande foto en keer over een modderig pad terug naar de auto. Het enige voordeel van het slecht weer is dat er in elk geval geen vreemde koppen bij op het plaatje staan.

Momenteel ben ik in in Machico, waar nog niemand heeft geprobeerd mij een restaurant in te kletsen. Dat moet beloond worden door vanavond maar eens uit eten gaan.