In Canada rijden automerken en -modellen rond die je in Europa niet ziet, de Acura Integra en de Chevrolet Malibu bijvoorbeeld. Mijn absolute favoriet is de Ford Bronco Sport. En dan in het oranje, laatst bij de supermarkt parkeerde ik er opzettelijk naast, terwijl dat verder lopen was naar de ingang. De Bronco bestaat al tientallen jaren, op het vliegveld van Saskatoon staat zelfs een exemplaar uit 1976 tentoongesteld, maar is in Nederland niet verkrijgbaar. Het goede nieuws: dat gaat in de loop van 2023 veranderen!
Daarom wil ik een crowdfunding actie starten, zodat ik een rondreis waarbij ik alle landen van Europa aandoe per oranje Ford Bronco kan volbrengen. Bems en Willem‑Alexander zijn het roerend eens met mijn kleurkeuze en hebben toegezegd te doneren. Welles. Om toch.

Vooralsnog verplaats ik mij in een huurauto, die me naar Calgary brengt. (Zelf wil ik heel ergens anders naartoe, maar hij blijft eigenwijs doorrijden. Welles.) Daar overnacht ik in een buitenwijk, in een woning met meerder gasten waarvan er een uit Winnipeg komt. Als ik zeg dat ik daar ook geweest ben, geeft ze zonder dat ik verder iets vraag meteen toe dat die stad niet heel bijzonder is, dat heb ik dus zo’n twee maanden geleden goed gezien.
Drummen
De volgende dag ga ik met de bus naar het centrum van Calgary om Studio Bell, het nationale muziekcentrum, te bezoeken. Het gebouw is aan de buitenzijde modern vormgegeven, binnen zijn er vijf verdiepingen met onder andere tentoonstellingen over de muzikale geschiedenis van Canada, uitleg over instrumenten en een ruimte waar je allerlei tonen en geluiden kunt produceren door je ledematen te bewegen. Ook zijn er mogelijkheden om je eigen muzikale vaardigheden te testen, voor het eerst in jaren leef ik me weer eens uit op een drumstel en met behulp van een instructiefilmpje poog ik gitaar te spelen.

In de stad is diezelfde dag de Calgary Stampede gaande, een festival dat vermoedelijk iets met het Wilde Westen te maken heeft, want op straat komen hele volksstammen met een cowboyhoed op het hoofd voorbij. Ik ga terug naar de buitenwijk om me voor te bereiden op een bezoek aan Banff National Park, dat ongeveer 200 kilometer verderop ligt. Reisgidsen, internet, mensen die er geweest zijn, lokale bevolking, ze vertellen je allemaal hetzelfde verhaal: het is er in deze tijd van het jaar erg druk, plan je bezoek dus goed.
Zijn we er al?
Om 3 uur ‘s nachts loopt mijn wekker af. (Zelf wil ik veel later wakker worden, maar hij blijft eigenwijs aflopen. Welles.) Snel zoek ik mijn spullen bij elkaar en stap ik in de auto, de mensenmassa’s wil ik voor zijn. Tijdens de rit wordt het langzaam licht en doemen in de verte de Rockies op, die in de ochtendschemering een aangenaam uitzicht bieden. Als ik dichterbij kom en de afstanden op de routeborden kleiner worden, krijg ik het ongedurige gevoel van een kind dat naar een pretpark gaat. (Spannend. Zijn we er al? Ik hoop dat ik overal in mag. Als het maar niet zo druk is. Misschien hebben ze wel een suikerspin. Zijn we er al?)
De voorbereidingen zijn niet voor niks geweest, want ik ben ik als eerste bij de poort, zet de auto als eerste op de centrale parkeerplaats en zit als eerste in de pendelbus naar Moraine Lake. Met zijn blauwgroene kleur tegen een achtergrond van besneeuwde bergtoppen is dit meer een van de meest fotogenieke plekken in Banff, ondanks het vroege tijdstip is de weg ernaartoe al afgezet. De pendelbus mag doorrijden en ik stap uit bij een volle parkeerplaats op loopafstand van het meer. Als het maar niet zo druk is, denk ik nog.

Enigszins gehaast stap ik voort over het korte wandelpad naar Moraine Lake, alsof ik daarmee alle mensen die er al zijn alsnog kan inhalen. Dat blijkt onnodig, want:
A) het is er zo druk dat ik meteen weer terugga;
B) er is helemaal niemand;
C) ik verstuik mijn enkel en moet worden afgevoerd;
D) ik word aangevallen door een beer.
Inderdaad, antwoord B is het juiste. Tot mijn verbazing is er niemand bij het meer. Serieus, ik ben er helemaal alleen. De verwondering duurt amper tien seconden en daarna arriveren er wel mensen, maar toch, deze kleine sensatie nemen ze me nooit meer af en druk wordt het ook na die ene decaseconde niet. Ontspannen bekijk ik het prachtige landschap en neem ik alle tijd om een mooie foto te maken, enthousiast klauter ik op een rotsblok voor een nog beter uitzicht. Misschien hebben ze wel een suikerspin!
Schoeisel
Een uur later stap ik in de pendelbus naar Lake Louise, dat qua schoonheid en drukte ook een zekere reputatie heeft. De chauffeur vertelt dat de bussen en het gedoseerd toelaten van bezoekers met eigen vervoer zijn ingevoerd om gedrang bij de populairste bezienswaardigheden tegen te gaan, en dat deze aanpak zichtbaar succes heeft. Maar de mensenmassa’s zijn er tot in het recente verleden wel degelijk geweest en daarmee wordt mij de oorsprong van alle spookverhalen duidelijk.
Lake Louise vind ik minder mooi en er lijkt een ander publiek op af te komen. Denk aan het type op badslippers of waterschoentjes dat het na honderd meter wandelen al voor gezien houdt en dan als een dolle selfies maakt en een ijsje gaat halen. Zelf draag ik wandelschoenen en begin ik vanaf het meer aan een tocht tegen de berg op langs meertjes, watervallen en uitzichten. Halverwege zoek ik een plek om even uit te rusten en neem ik mijn meegebrachte lunch, die me energie moet geven voor de terugweg; boterhammen met een gebakken ei ertussen, fruit en veel water. Ik heb me voorbereid op vandaag, zoals ik al aangaf. Via een alternatieve route loop ik naar beneden en in totaal leg ik bijna tien kilometer af.
| Wat mij opvalt in Canada |
|---|
|
Anita
Vanaf Calgary reis ik verder in zuidelijke richting, deels over en deels om de Rockies heen. De route komt op sommige stukken in de buurt van de VS, onder meer dichtbij de staat Idaho. (En mocht je nu denken dat ik daarom het gelijknamige nummer van Anita Meyer toevoeg aan De Afspeelreist, dan heb je het mis.) Uiteindelijk wil ik naar Kelowna, een bekende plaats in een wat noordelijker gelegen wijngebied. Ik neem dus een flinke omweg om daar te komen, maar heb tijd genoeg en zie dingen die ik anders niet had gezien, zoals de diagonale Cameron Falls.

De prijzen voor accommodatie zijn zomers erg hoog in Kelowna, maar ik heb een betaalbaar appartementje geboekt in de heuvels net buiten de stad, gek genoeg in een gloednieuwe en luxe wijk waar je juist de hoge prijzen zou verwachten. De grote, vrijstaande woningen hebben aan de voorzijde bijna allemaal een enorme garage als blikvanger, soms lijkt het huis er volledig achter te verdwijnen. Waarom is me niet duidelijk, want de meeste auto’s en boten staan buiten geparkeerd. Misschien is er ooit iemand begonnen met het bouwen van een buitenproportioneel berghok en probeerden alle nieuwkomers in de buurt dat vervolgens op zijn minst te evenaren. Of heeft iedereen dezelfde eenzijdige architect gekozen voor het ontwerp van zijn huis.
Even geleden
Hoe dan ook, het is een comfortabel en rustig verblijf in het Beverly Hills van Kelowna. Niet ver uit de buurt ligt de Myra Canyon Trail, een traject waarlangs ooit een spoorweg liep en dat tegenwoordig in gebruik is als fiets- en wandelroute. Daar moet ik dus bij zijn, het is namelijk al even geleden dat ik een goeie fietstocht heb gemaakt. Het parcours gaat door twee kleine tunnels en over een hele serie houten bruggen. Omdat het ‘s middags 37 graden wordt, ben ik op tijd bij de fietsverhuur en keer ik twee uur later terug als de temperatuur nog aangenaam is.

Ook zijn er in en rondom Kelowna veel wijngaarden. Summerhill Pyramid Winery is de dichtstbijzijnde en tevens een van de bekendste wijnhuizen in de regio, ik kan er te voet naartoe, er is een piramide waar de wijn in rijpt en de proeverij is gratis (hoera). Daar moet ik dus bij zijn, het is namelijk al even geleden dat ik een goed glas wijn heb gehad. Een dik uur later slenter ik met een licht gevoel in mijn hoofd en een fles wijn in mijn rugtas terug omhoog naar mijn verblijf. De volgende middag maak ik de fles open en vroeg in de avond is de fles leeg. (Zelf wil ik minder drinken, maar hij blijft eigenwijs doorschenken. Welles.)
Spraakles
Na een klein weekje in Beverly Hills kom ik met enkele tussenstops terecht in de omgeving van Vancouver. De naam van die stad sprak ik altijd uit met de klemtoon op de eerste lettergreep, maar hier beklemtoond men de tweede lettergreep. Dan weet je dat mocht je ooit naar Vancouver willen.

Ik neem wederom niet de snelste route, maar ga via 0 Ave, dat je uitspreekt als zero avenue. Dit is een weg van 29 kilometer direct langs en parallel aan de grens met de Verenigde Staten. Op sommige stukken loopt er aan Amerikaanse zijde ook een weg, waardoor de grens tussen Canada en de VS niet meer is dan een greppel in de middenberm en een simpel hekje. Voor iemand die zich bij de VS zwaarbewaakte grensovergangen voorstelt is het een verrassende ervaring en tijdens de rit kan ik niets anders denken dan: had ik maar een oranje Ford Bronco Sport, dan zou ik er zo overheen kunnen rijden.
Anita (2)
Nou vooruit dan, een filmpje als afsluiter, omdat jullie het zo graag willen. En let vooral op hoe ze vanaf grofweg seconde 6 de microfoon overpakt.




